Het Rijke Roomsche Leven

In 1866 werd mgr. Otto Spitzen aangesteld als pastoor. Hij was daarvoor verbonden geweest als docent aan het seminarie Warmond. Ook was hij schrijver en publicist.

In 1869 werd in Utrecht het Bernulphusgilde opgericht door plebaan Gerard van Heukelum. Hij beijverde zich voor om  neogotiek te promoten, geïnspireerd op de Nederrijnse gotiek.

Om zich heen verzamelde hij kunstenaars als beeldhouwer Friedrich Mengelberg, architect Alfred Tepe, koperblazer Gerard Brom en glazenier Heinrich Geuer en orgelbouwer Maarschalkerweerd.

De Onze Lieve Vrouwekerk werd in de jaren 1870-1890 in neogotische stijl ingericht, er werden processiegangen aangebouwd, een catechisatiegebouw, een koorruimte, een gerfkamer en een sacristie. Vanaf 1871 werden nieuwe altaren, beelden, schilderingen, en glas-in-lood ramen aangebracht. De oorspronkelijke ramen van Geuer werden in 1905 vervangen door nieuwe ramen van Hertel & Lersch.

In 1896 werd het bestaande Brunswick-orgel voorzien van een geheel nieuw binnenwerk.

De tijd van het rijke Roomse leven was aangebroken. Directeur van het zangkoor Johan Silvester Ponten, die sinds 1876 was aangesteld, bouwde het jongens- en mannenkoor uit tot ruim 80 personen. In 1919 werd hij door zijn zoon Eduard opgevolgd. Die werkte met de koren en als organist tot 1963. Bij zijn afscheid heeft hij het jongenskoor opgeheven.