Grote Restauratie

Het verval van de katholieke kerk diende zich aan voor het Vaticaans Concilie, dat gehouden werd van 1962 tot 1965. De ontkerkelijking begon. Het Concilie kon het tij niet keren.

 

De processiegangen waren in slechte conditie en werden niet meer gebruikt.

In overleg met de Rijksdienst voor de Monumentenzorg ontwikkelde architecten Verlaan en Nijhof een herstel naar de oorspronkelijke middeleeuwse situatie. De processiegangen werden gesloopt evenals het catechisatiegebouw en de koorzaal. De sacristie en gerfkamer bleven gespaard.

Net op tijd kwam tijdens de restauratie het besef dat de neogotische inrichting gespaard moest blijven. Dat was voor het schip van de kerk al te laat. De transepten, koor en plafondschilderingen in de viering bleven gespaard. Aan het eind van de restauratie werd de beschildering van het schip enigszins in stijl aangepast, naar idee van Han Prins, verwoed voorvechter van het behoud van de Zwolse monumenten.

Op 5 November 1981 werd de kerk weer opgeleverd in bijzijn van prins Claus. Op 7 november werd de kerk ingezegend als parochiekerk en het nieuwe hoofdaltaar gewijd door Johannes kardinaal Willebrands, aartsbisschop van Utrecht. Hij was daarvoor jaren werkzaam in het Vaticaan als hoofd van de Secretariaat voor de Eenheid van de christenen.

Zoals elders vermeld werd op 18 oktober 1999 namens paus Johannes Paulus de Tweede de eretitel Basilica Minor toegekend aan het toen 600 jaar bestaande kerkgebouw. De proclamatie vond plaats op 26 november 1999 in aanwezigheid van pastores, oud-pastores en deken van Salland, mgr. Gerard de Korte, thans bisschop van Den Bosch.

 

Op 3 november 2000 werden de eretekens geïnstalleerd door Adrianus kardinaal Simonis.