Orgels

Van Bilsteyn- orgel 1454

Bij het gereedkomen van de middeleeuwse kerk in 1452, werd de kapel ingericht met altaren, koorhek, calvariegroep, preekstoel, koorbanken en lezenaars. In 1454 leverde de Kamper orgelmaker Jacob van Bilsteyn een groot orgel met 2 klavieren, pedaal en aan de orgelkast vleugeldeuren. Deze waren beschilderd. De akte hierover is bewaard gebleven en vormt een belangrijk document in de Nederlandse rijke orgelgeschiedenis.  In 1580 werkte de zoon van Jacob nog aan het orgel. Vanaf dan zijn er geen archiefstukken meer bekend over het wel en wee van dit orgel. Aannemelijk is het dat de gebroeders Slegel, die ook woonachtig in Kampen waren ook aan het neerhouder gewerkt hebben en wellicht zelfs een periode organist waren. In de bewegen 16e eeuw is de kerk meerdere keren buiten gebruikt gesteld, als gevolg van de politieke en daarmee sterk samenhangende reformatie. in 1591 werd de stad ingenomen door prins Maurits en werd het verboden het katholieke geloof nog in het openbaar te belijden. De Onze Lieve Vrouwekapel werd buiten gebruik gesteld.

In 1809 kwam daar pas weer verandering in toen koning Lodewijk Napoleon bij zijn bezoek aan de stad de schuilkerken inspecteerde en het bevel gaf twee daarvan direct te sluiten en de andere twee op termijn. De verwaarloosde Kruiskerk, zoals de kapel in de tussentijd sinds 1591 werd genoemd, gaf hij terug aan de katholieken, die hun geloof weer openlijk mochten beleiden.

Brunswick orgel

Er werd gezocht naar een geschikt orgel. Door bemiddeling van de Zwolse professor Kistenmaker, die werkzaam was aan de universiteit in Münster, Duitsland, werd het Brunswick-orgel uit de leegstaande Observantenkirche aldaar door het kerkbestuur aangekocht, verscheept door Michael Vornweg en opgesteld door Rudolf Knol. Knol had een groot orgel gemaakt voor de Stefanuskerk in Hasselt. Het orgel had 2 klavieren en pedaal met 28 sprekende registers. De huidige orgelkast is nog overgebleven van dit instrument, zij het sterk gewijzigd in de 19e eeuw door Quellhorst,  na de torenbrand van de Peperbus in 1815, dat ook het kerkdak en het orgel ernstig beschadigde.

Maarschalkerweerd orgel

In 1895 besloot het kerkbestuur het orgel te vervangen door een nieuw instrument in de bestaande kas. Het orgel voldeed niet aan de eisen van de tijd, dat door het zg. Caecilianisme werd beheerst. Een romantisch instrument moest er komen met 3 klavieren, een zwelkast om dynamische verschillen te kunnen spelen en de muziek van de Caecilianisten te kunnen begeleiden en het weer in genade geraakte gregoriaans.  Michaël Maarschalkerweerd maakte het orgel met mechaniek van de fa. Carl Weigle uit Stuttgart. Het systeem werkt met luchtverplaatsing van toets tot pijp, het zogenoemde rein pneumatische systeem. Dit orgel is nog origineel aanwezig nu en, evenals de kerk, rijksmonument.

Koororgel Kaat en Tijhuis

Na de grote restauratie van de kerk in 1975-1981, werd het grote orgel weer in gebruik genomen in november 1983.  Toch bestond er behoefte om het koor voorin de kerk te laten zingen. Er werd uit een legaat van de fam. Brandhoff- Beddink een eenklaviers koororgel aangeschaft. Het werd geplaatst in 1986. In 2007 is het orgel gewijzigd om beter de koorzang te kunnen begeleiden.