Interieur

Het interieur anno nu is overwegend neogotisch in de stijl van de Utrechtse School. De altaren, beelden en ornamenten van de hand van Friedrich Mengelberg, het koperwerk van Gerard Brom. De fraaie gebrandschilderde ramen komen uit het atelier van Hertel &  Lersch.

Er zijn nog een aantal middeleeuwse voorwerpen in de basiliek. In de gewelven van het koor vinden we de oorspronkelijke 15e eeuwse sluitstenen met afbeeldingen van de moeder Gods, Maria met kind en van de heilige Anthonius, abt, de pestheilige met Tau- staf. In de nissen van het eerste travee  van het kerkschip zien we een beeld van Maria met kind, die de wereldbol vasthoudt. Maria heeft de maan aan haar voeten. Dit verwijst naar… Het beeld komt uit het scriptorum van de fratershuizen. Het kind Jezus hield een inktpot vast en Maria een ganzenveer. Dit is in de 19e eeuw gewijzigd in een wereldbol en scepter.

Aan de zuidzijde staat een beeld van de heilige Franciscus van Assisië.

Opmerkelijk zijn de koppen die aan het eind van de steunribben in de steunberen zijn geplaatst. In het koor en transepten zijn de koppen, waarschijnlijk voorstellend de bouwers  van de kerk, verguld; in het schip zwart.

Bijzonder is het ciborium, het hoogaltaar. Het tabernacel waarin het heilig brood wordt bewaard, is overkapt met een hemel, gedragen door 4 pilaren. Aan de pilaren bevinden zich 4 beelden en in het frontpaneel een beeld van Christus met het evangelieboek met de tekenen alpha en omega ( begin en eind). Het tabernakel wordt gesierd met koperen deur met afbeeldingen van engelen. Aan de zuidkant is een nis waar in de middeleeuwen het tabernakel zal zijn geweest en een zetel voor de priester met drie plaatsen. Boven de deuren van de sacristie en de gerfkamer zijn engelen met muziekinstrumenten geschilderd.

Op de scheiding van koor en viering hangt een calvariegroep met apostelbalk. Ook deze is van de hand van Mengelberg.

In de viering boven het hoofdaltaar zijn in de gewelven engelen geschilderd die de martelwerktuig dragen van het lijden van Christus, de “ Arma Christi”.

In de transepten aan de noordkant, traditioneel aan Maria gewijd, het Maria-altaar met vleugeldeuren beschilderd met voorstellingen uit het leven van Maria. Het hoofdraam in het transept is gewijd aan Maria geboorte. Boven het altaar de verloving van Maria en Jozef.

Het ziudertransept is gewijd aan de heilige Jozef, man van Maria. Het altaar aan hem gewijd, bezit taferelen uit zijn leven. Het beeld  van Jozef draagt een medaillon van een schip, voorstellend het schip van Christus kerk.