Peperbus-toren

De toren van de basiliek heeft de bijnaam “De Peperbus”, omdat ze er uitziet als een peperstrooier. De officiële naam is echter Onze Lieve Vrouwetoren.

De bouw van de toren startte in 1463, enkele jaren nadat de kerk gebouwd is.
Aanvankelijk bestond de toren uit 2 geledingen met een puntdak en waterspuwers op de hoeken.
Al spoedig besloot men de toren te verhogen tot 3 geledingen met een plat dak. In 1482 kwam deze gereed. Meester klokkengieter Geert Van Wou uit Den Bosch  leverde in totaal 6 klokken in de toonhoogtes do-re-mi-fa-sol en la. Ook voor de Sint Michaëlskerk had hij klokken geleverd.

In 1538 besloten de kerkrentmeesters om een dak op de toren te laten bouwen. Een ontwerp van Simon Penet werd daarvoor uitgekozen.
Waarschijnlijk door een veel te krappe begroting zag Penet aankomen dat hij voor die prijs bij lange na niet uitkwam en verdween in 1539 met de noorderzon. Door dit voorval moest men kiezen voor een sobere aanpassing en werd slechts de lantaarn gemaakt zonder bekroning.
Pas in 1727, toen de kerk al niet meer als godshuis in gebruik was, en na de instorting van de grote toren van de Sint Michaëlskerk, in 1669, kreeg de enig overgebleven hoge toren van de stad een uivormige kap.
In 1815 sloeg het noodlot toe toen de toren door de bliksem werd geraakt en in brand vloog. Een groot gedeelte van de toren stortte in en beschadigde ook het orgel in de kerk.
Het zou duren tot 1828 dat stadsarchitect Herman Klinkert de toren restaureerde en van een koperen koepel voorzag. Sindsdien draagt de toren haar bijnaam, waar heel Zwolle trots op is, De Peperbus.